Poetsinstructie


Welke tandenborstel: Gebruik een tandenborstel met een rechte steel en met een kleine borstelkop. De haren van de borstel moeten van nylon zijn en vooral niet te hard: soft of medium. De borstelkop moet een glad opervlak hebben: geen profiel.
  1. Begin met de tanden en kiezen in de bovenkaak. Houd de borstel onder een hoek van ongeveer 45°. Plaats de borstel aan de bovenkant van de draden en slotjes, op de rand van tandvlees en tand. Maak een keer of 10 korte bewegingen heen en weer, zodat de haren van de borstel vrijwel op dezelfde plaats blijven. Schuif de borstel dan op naar een aansluitende plaats en maak weer dezelfde korte bewegingen. Zorg ervoor dat je tandvlees wordt meegepoetst.



  2. Plaats weer de borstel boven de draden en slotjes, maar nu zo dat juist tussen de slotjes wordt gepoetst. Maak dezelfde poetsbewegingen als hiervoor.



  3. Plaats de borstel onder de draden en slotjes zo, dat vanaf de snijrand en het kauwvlak van de tanden en kiezen tussen de slotjes wordt gepoetst. Maak weer dezelfde bewegingen met de borstel als hiervoor. Maak nu de tanden en kiezen in de onderkaak schoon op dezelfde manier als je in de bovenkaak hebt gedaan (1, 2, 3)



  4. Poets de binnenkant van je tanden en kiezen in de boven- en onderkaak door ook hier de borstel onder een hoek te plaatsen en de korte bewegingen te maken. Zorg er nu voor dat je tandvlees wordt meegepoetst.



  5. Poets de kauwvlakken van je kiezen in de boven- en de onderkaak door de borstel er recht op te zetten en wat grotere schrobbewegingen te maken.



  6. Gebruik een ragertje om de randen van de slotjes in detail schoon te maken en om het tandvlees tussen de tanden goed te poetsen.

     

  7. Tot slot: kijk zorgvuldig in de spiegel of alle voedselresten zijn verwijderd en je slotjes en bandjes schoon zijn en glimmen.




Slecht poetsen is geen optie!
Op de foto rechts zie je een foto van een gebit dat slecht gepoetst werd. Dit gebit is totaal verwoest door de bacteriën die in de tandplak achter blijven.